Belangstelling voor inclusie in de pers…..
"Sterre kan hier niet naar school” kopte het dagblad Het Parool op pagina 9 op zaterdag 10 juni 2006. Het betrof een uitspraak van Ferdie Ploeger, vader van de 15 jarige Sterre, een meisje met een verstandelijke handicap. In dit artikel doet hij op indringende wijze relaas van zijn pogingen zijn dochter te plaatsen binnen het reguliere voortgezet onderwijs. Alle pogingen van het gezin Ploeger liepen echter op niets uit: "Het is alsof je een bak zand leeg eet” schrijft Ploeger naar aanleiding van zijn vele inspanningen Sterre op een reguliere VO-school geplaatst te krijgen.Negen scholen wezen Sterre af. Deze scholen beriepen zich allemaal op de zogeheten kernprocedure, die de Amsterdamse schoolbesturen enkele jaren terug op initiatief van de gemeente maakten over toelating van nieuwe leerlingen. Om het grote aantal van vroegtijdige schoolverlaters tegen te gaan werd afgesproken leerlingen met een geringe kans op een diploma niet meer toe te laten. "Ze verschuilen zich achter de kernprocedure”, aldus Ploeger in voornoemd artikel. Ook een gang naar de rechter mocht niet baten: plaatsing van leerlingen blijft de bevoegdheid van schoolbesturen.
Er bleef de familie Ploeger niets anders over uit te wijken naar het buitenland. Sterre bezoekt nu een school in Londen waar plaatsing geen enkel probleem opleverde.
Vanzelfsprekend heeft de familie Ploeger een aantal argumenten om niet te kiezen voor een vorm van speciaal onderwijs. Laat ik volstaan met twee citaten van Ploeger. "De mensen worden afgesloten van een normaal leven” en "Juist doordat deze kinderen niet naar een gewone school kunnen en geen contact krijgen met gewone kinderen, doen ze weinig vaardigheden op en blijven ze hun hele leven afhankelijk van hulp”.Inhoudelijk een triest verhaal, functioneel was het wel. Er ontstond in Het Parool een polemiek met betrekking tot de voor- en nadelen van segregatie en inclusie.
Twee dagen later verscheen in deze krant een reactie van de Heer Courlander, directeur van een Amsterdamse Mytyl-Tyltylschool. Daarin verdedigde hij plaatsing van kinderen binnen scholen voor speciaal onderwijs en werden de ouders van Sterre allerlei onterechte verwijten gemaakt en uitspraken in de mond gelegd die zij in het geheel niet hadden gedaan. Op sentimentele wijze benadrukte Courlanden de enorme professionele (?) inzet van zijn medewerkers en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Op maandag 19 juni verscheen hierop een reactie en wel van ondergetekende. Als overtuigd voorstander van inclusief onderwijs meende ik een reactie te moeten geven, die de veelzeggende titel kreeg: "Speciaal onderwijs niet op aparte scholen”. Dit was een eerste poging om het misverstand weg te nemen dat voorstanders van inclusief onderwijs tegen speciaal onderwijs zouden zijn. Vanzelfsprekend heeft elk kind recht op die vorm van onderwijs die past bij zijn geaardheid, mogelijkheden en beperkingen; in die zin is in feite elk onderwijs speciaal onderwijs. Het gaat er om dat speciaal onderwijs niet noodzakelijkerwijs in aparte scholen gegeven hoeft te worden. Sterker nog, om tal van redenen (Ploeger noemde er al een paar van) verdient een school voor alle kinderen de voorkeur. Ethische, emancipatorische, onderwijskundige, pedagogische en economische motieven liggen aan deze gedachte ten grondslag, maar ook internationale verdragen, zoals het UNESCO-verdrag van Salamanca (1994) zetten reeds eerder een onomkeerbaar proces van schoolintegratie in gang. Kortom, een pleidooi voor integratie en inclusief onderwijs. De columnist van Het Parool, Frenk der Nederlanden, die de polemiek in gang zette, kon de standpunten en argumentaties van ondergetekende niet waarderen en reageerde in het nummer van zaterdag 20 juni. In zijn bijdrage haalde hij fors uit naar ondergetekende, verweet hem een theoretisch standpunt in te nemen als "wijs man” , "van achter zijn bureau”. In de zelfde bijdrage deed hij verslag van zijn interview met voornoemd directeur van de Mytyl-Tyltylschool die op zijn beurt een duit in het zakje deed. Ondergetekende werd beticht van hypocrisie omdat hij zijn idealen over de hoofden van kinderen heen wil verwezenlijken. Niet alleen uit dit verwijt maar ook uit andere uitspraken werd duidelijk dat de twee heren de reactie van ondergetekende of niet goed gelezen of niet begrepen hadden, wellicht beiden. De suggestie werd gedaan dat ondergetekende maar eens een Mytyl-school moest gaan bezoeken omdat een beetje veldwerk geen kwaad zou kunnen. Men kon natuurlijk niet weten dat ondergetekende tal van onderwijsvernieuwingsprojecten en begeleidingsactiviteiten had gedaan op Mytyl-scholen en 25 jaar werkzaam was geweest op een Pedologisch Instituutsschool.Het belang van deze polemiek is gelegen in het feit dat deze nu eens niet in een vakblad werd gehouden maar in een gewoon door veel mensen gelezen landelijk dagblad. Een probleem is dat het debat rond dit thema veelal beperkt blijft tot vakbroeders, hogescholen en universiteiten. Uiteindelijk gaat het om de ouders, de basis! Veel meer dan nu het geval is dienen "gewone” weldenkende burgers betrokken te worden bij degelijke wezenlijke veranderingen in het onderwijs. Emancipatie is altijd een politiek item geweest: het debat over emancipatie in het onderwijs is tot nu toe vaak beperkt gebleven tot kinderen uit achterstandssituaties. Het is te waarderen dat het dagblad Het Parool de ruimte heeft gegeven de discussie over inclusief onderwijs te bevorderen en daarmee het emancipatorisch denken ten aanzien van kinderen met een belemmering voor het voetlicht te brengen.
Jules Klompe
Seminarium voor Orthopedagogiek
Ondersteunt "Collectief Inclusief”




