De rol van natuur bij inclusief onderwijs
Sophie Sliepen
Docente bij Fontys OSO
Lid van de onderzoeksgroep Green Care Amsterdam, project boerderijschool, Plant Research International, Wageningen Universiteit
In deze workshop wil ik een bijdrage leveren aan de presentaties over inclusie vanuit een invalshoek die jullie mogelijk niet direct als eerste zouden kiezen namelijk: de natuur.
Natuur als leeromgeving
Omdat de verschillen tussen kinderen in een inclusieve school zo ontzettend groot zijn, stel ik me zo voor dat we voor deze kinderen een leeromgeving willen, die die flexibiliteit en veelzijdigheid ook in zich heeft. Die omgeving hoeven we niet alleen binnen de vier muren van een schoolgebouw te realiseren. Ook de buitenomgeving, de natuur, voldoet voor mij aan die voorwaarden. Kinderen komen voort uit de natuur en eigenlijk is het heel natuurlijk om die natuurlijke omgeving te gaan gebruiken om de natuurlijke groei van de kinderen te begeleiden. (ik heb nu 6 keer het woord natuur gebruikt, uit onderzoek naar taalontwikkeling is bekend, dat een woord minstens 7 maal gebruikt moet worden om te blijven hangen, bij deze dus..)
In Noorwegen is de buitenklas een normaal begrip. Er zijn zelfs scholen waar kinderen bijna uitsluitend les krijgen in de natuur. Voor Nederland met zijn hoge graad van verstedelijking en strenge eisen aan schoolgebouwen, is dit een bijna ondenkbaar concept geworden. Leren doe je binnen. Computeren, tv kijken en spelen trouwens ook. En dat komt de ontwikkeling van kinderen niet ten goede. Vanuit de politiek worden er steeds meer campagnes opgestart om kinderen meer te laten bewegen en gezonder te laten eten.
In 2004 heeft de gezondheidsraad een wetenschappelijk rapport uitgebracht, dit is te downloaden. Van de vijf conclusies wil ik er drie onder de aandacht brengen, omdat ik ze van belang acht voor inclusief onderwijs.
1. Nature facilitates social contact
De aanwezigheid van groen vergroot de sociale verbondenheid. Parken en andere groengebieden zijn vaak sociale ontmoetingsruimten . Mensen met veel sociale contacten voelen zich gezonder, zijn minder eenzaam of depressief. Sociaal contact voorkomt niet alleen eenzaamheid, maar draagt ook bij aan sociale steun, concrete hulp en motiveert tot zorg voor elkaar. En dit is volgens mij wat Douwe van Houten (in zijn lezing in 2005 over education in a varied society) bedoelde met de moral task of education: namelijk het stimuleren van actief burgerschap, starting from equality and diversity. Hij stelde: It doesn’t matter to me what organizational structure is given to it, but the special attention does.
2. nature facilitates recovery from stress and attention fatigue
Het beleven van een groene omgeving blijkt gunstig voor het herstel van het concentratie- en aandachtsmechanisme. Door een druk leven in een complexe omgeving kan dit mechanisme overbelast raken. Met als gevolg: aandachtsmoeheid, een slechter geheugen, meer agressie en verminderde hulpvaardigheid.
In een groene omgeving kunnen mensen kennelijk zo makkelijk functioneren dat er weinig beroep wordt gedaan op dit aandachtmechanisme. Het krijgt daardoor de kans te herstellen. (zie J. Hassink, Gezond door landbouw en groen, 2006) Die herstellende werking treedt ook op bij alleen al het zien van groen.
Deze Attention Restoration Theory is oorspronkelijk ontwikkeld door Stephen Kaplan (environmental psychologist) en vormt de basis voor een heleboel onderzoek naar het begeleiden van kinderen met ADHD.
Take home message 1:
Green outdoor settings appear to reduce ADHD symptoms in children.
Kuo and Faber Taylor (2004) American Journal of Public Health, vol 94, no 9, 1580-1586.
3. encouraging optimal development in children
Uit onderzoek blijkt: Opportunities to play and learn are important for the cognitive, socio emotional and motor development of children. The elimination of natural environments from the immediate living environment and a reduction in the freedom of movement are depleting the opportunities for contact with nature.
De mogelijkheid tot buitenspelen vermindert, en daarnaast lijkt het alsof ook de kinderen zelf minder naar buiten willen. Eind jaren 80 interviewde Richard Louv (2006) 3000 Amerikaanse kinderen over hun spelgedrag. Veel kinderen bleken spelen in de natuur saai te vinden. Een jongen verwoordde dit als volgt: Ik speel liever binnen, daar heb je tenminste stopcontacten.
Dit maakt het leren tot een heel eenzijdig gebeuren. Kinderen beleven het niet meer zelf maar zijn afhankelijk van beelden en geluiden die anderen voor hen hebben geselecteerd. De zintuigen worden nauwelijks meer aangesproken. Waar blijft het levende element, de rijkdom van het leven zelf in deze vertechnologiseerde leeromgevingen?
Farming for Health
Hoe is de situatie in Nederland?
Zijn er scholen die natuur inzetten om te kunnen inspelen op de verschillende vragen van kinderen in een inclusieve school? Natuurlijk wordt natuur onderwezen vanuit boeken, zijn er uitstapjes naar bos en kinderboerderij en bestaan er schooltuinen. Maar bestaat er ook een intensievere vorm? Waar kinderen bijvoorbeeld wekelijks of dagelijks ervaringen kunnen opdoen in de natuur?
Ik wil jullie zodadelijk een voorbeeld laten zien van een boerderijschool. Jullie zijn al bekend met het fenomeen Green Care Farm, want ik begreep dat jullie de zorgboerderij De Kleine Hoeve in Breda hebben bezocht. Jullie weten dan ook dat dit een werkomgeving is voor volwassenen met een diversiteit aan zorgvragen.
Naar de effecten van deze samenwerking tussen landbouw en zorg wordt op dit moment veel onderzoek gedaan door de internationale wetenschappelijke organisatie Farming for Health. Men heeft al veel geschreven over de meerwaarde van deze vorm van begeleiding. De werknemers, mensen met verstandelijke en/of lichamelijke beperkingen en/of psychische problemen ervaren een werkomgeving waar het veilig is, waar uitdaging is en waar men zich vooral verbonden voelt met elkaar. Men is volwaardig lid van de gemeenschap, doet zinvol werk en is onmisbaar om de boerderij goed te laten draaien.
Deze basisvoorwaarden voor een gezonde leef-werkomgeving vinden we ook terug in de pedagogische literatuur en bij Douwe van Houten als hij spreekt over education in a varied society. Hij spreekt over the etic of care. Met als kenmerken: attention, responsibility, competence and responsiveness.
Hoe het principe van een zorgboerderij geimplementeerd zou kunnen worden in het onderwijsveld, is in Nederland nog niet onderzocht, wel in Amerika, in Texas. Vorig jaar rapporteerden Katcher and Teumer over hun ervaringen met een boerderijprogramma waaraan kinderen met special educational needs 4 jaar lang hadden deelgenomen. Een copie van dit onderzoek hebben jullie ontvangen. De resultaten zijn zeer hoopgevend:
Take home message 2:
Animal interaction and nature study provide an environment that elecits more adaptive behavior than the constraints imposed by conventional classroom work.
The effects of the farmprogram have been seen in all symptom groups studied (hyperactivity, aggression, conduct, anxiety, depression, attention problem, learning problem, atypical, withdrawal )but are most pronounced in those children who are characterized by symptoms of aggression, hyperactivity and lack of attention to the environment.
The magnitude of the effect observed is comparable to the range of change seen in trials of stimulant medication for ADHD.
Katcher and Teumer (2006) In: Handbook on Animal Assisted Therapy, by Elsevier, chapter 11, p.227-242.
Ter afsluiting een voorbeeld van een basisschool waar het leren door ervaringen op te doen in de natuur, een belangrijke plek inneemt. De school noemt zich niet inclusief, maar is het in mijn ogen wel. Men besteedt veel aandacht aan de sociale ontwikkeling, het omgaan met elkaar en met al wat leeft op deze boerderijschool. Men heeft leerlingen in de leeftijd van 8 tot 18 jaar, met een grote variatie aan talenten en capaciteiten. Dit kan bv varieeren van hoogbegaafdheid tot een verstandelijke beperking, kinderen met gedragsproblemen, sociaal-emotionele problemen en/of psychiatrische aandoeningen. De doorstroom naar vervolgonderwijs varieert dienovereenkomstig.
Elke schooldag begint met een kringgesprek, zodat ervaringen kunnen worden uitgewisseld en de dag kan worden doorgesproken. Dan volgt een uur waarin alle leerlingen die omgeving en de dieren gaan verzorgen. Er moet bv een hek worden gerepareerd, gras gemaaid, dieren gevoerd en geborsteld, fruit geplukt etc. In de klas hangt een overzicht van de werkzaamheden voor die dag en kinderen kunnen kiezen wat ze willen gaan doen. Daarna worden de lessen binnen voortgezet. Ook dan worden er vaak aanknopingspunten gezocht vanuit de directe boerderijomgeving.
Deze school is opgezet volgens de onderwijsfilosofie van Rudolf Steiner en dat kan weer kritiek oproepen bij mensen die aan andere onderwijsvernieuwers de voorkeur geven.
Er beginnen meer voorbeelden in Nederland te ontstaan, die het concept van de boerderijschool aan het invoeren zijn. Over 1 a 2 jaar verwachten we daar meer over te kunnen vertellen.
De ingeplande tijd voor deze presentatie maakt, dat we al toe zijn aan de discussie. Ik ben enorm benieuwd naar jullie reacties op dit verhaal. Welke ideeen over, en ervaringen met de combinatie natuur en onderwijs hebben jullie? Hoe is dit in jullie land georganiseerd? Hoe zien jullie de relatie met inclusie? Welke aanbevelingen hebben jullie?
Ik stel een reactie erg op prijs: s.sliepen@fontys.nl




