Gewoon samen met één been op de grond
"All men are equal but some men are more equal than others”
Kansen, mogelijkheden en beperking voor mensen met een handicap
Aldo Klein
Het mooiste compliment kreeg ik ooit van een collega die vaststelde, dat er eigenlijk aan mij helemaal geen verschil te zien was, nu- en voor het ongeluk. Jammer genoeg kon ik op dat moment niet snel en spontaan opstaan en naar haar toe snellen om haar hiervoor te bedanken. Ik heb het gelaten bij een dankbare blik.
Inleiding
Sommige mensen willen maar al te graag geloven dat we allemaal gelijk zijn en iedereen dezelfde kansen in de samenleving heeft. Mijn ervaring is echter, dat er nog erg veel mensen zijn die zich meer of beter achten dan anderen. Dit speelt vooral een rol bij het omgaan met personen die gehandicapt zijn, of zij die moeten leven met een functiebeperking. De praktijk is namelijk weerbarstiger en het is vaak een hard gelag voor deze grote groep mensen (jeugdigen en volwassenen ), vooral op het terrein van het onderwijs en arbeid. Hierin komen situaties voor waarbij deze gelijkheid voor hen niet te zien en vooral te voelen is. Juist jongeren met een handicap verdienen hierbij extra zorg.
Het recht van de sterkste
Ik ben zelf functioneel beperkt sinds 2003. Als gevolg van een fietsongeluk ben ik linkszijdig verlamd geraakt. Daarnaast ben ik ook aan één oog blind. Ik merk dagelijks situaties op die mij doen ervaren dat het met de zo gewenste inclusieve samenleving (een samenleving gebaseerd op gelijke kansen en gelijke mogelijkheden voor iedereen )dikwijls nog ver te zoeken is. Ik ervaar nog te veel mooie woorden en weinig daden,. Confronterend, maar tegelijkertijd misschien ook logisch dat ik daar nu pas achter kom. Alleen op het terrein van de sport zie ik mogelijkheden, omdat daar vaak meetbare prestaties geleverd kunnen worden en dat er sprake is van een sportieve en - op gelijkgezindheid gebaseerde – strijd, die geleverd kan en mag worden. Dit alles kan zorg dragen voor een positief zelfbeeld en een grotere vorm van onafhankelijkheid.In dit artikel wordt ingegaan op deze ongelijkheid middels voorbeelden uit de praktijk en mag - naast dat het kan dienen als discussiestuk en een eye-opener voor de andere wereld - ook gezien worden als opmaat voor een boek rondom sport, handicap en zelfbeeld. Dit alles onder het motto: all man are equal but some man find them self more equal than others and the only thing that matters is not to win but to participate (oftewel George Orwell ontmoet Pierre de Coubertin)
Een handicap is niet wat je mist, maar wat je zelf als een gemis ervaart
De eerste belemmering die ik heb ervaren was niet zozeer het hebben van een fysieke beperking, maar vooral hoe men daar over spreekt. Het blijft een discussie of men nu gehandicapt is, een stoornis heeft of een fysieke belemmering. Als je het mij vraagt of ik gehandicapt ben, dan zal ik altijd zeggen: "Gehandicapt, nee hoor!!!!! Ik loop alleen een beetje beroerd”. In mijn beleving heb ik dus geen handicap, maar is er door een ongeluk een storing opgetreden in mijn hersenen waardoor het voor mij niet meer mogelijk is om me op een soepele manier voort te bewegen. Deze fysieke belemmering zorgt ervoor, dat ik altijd van te voren situaties moet inschatten op hun (on)mogelijkheden en mezelf gedwongen voel om een strategie te ontwikkelen om in iedere specifieke situatie adequaat te handelen. Dat kost veel energie en veelal gaat dit niet vanzelf. Dat dit soort situaties gelukkig ook nog overgoten kunnen worden met een sausje van humor is dan (vaak achteraf)mooi meegenomen.
Een aantal voorbeelden uit de praktijk
De buschauffeur
Het is dinsdagmorgen en ik stap in een lange harmonicabus. Het is druk. Een tweetal ongeduldige en in zichzelf gekeerde studenten, een paar winkelende mensen en een moeder met buggy willen (liefst allemaal tegelijk) de bus in stappen. Dat gaat niet lukken. Daar komt ook nog bij, dat ook ik naar binnen wil maar de deur bij de chauffeursingang is voor mij te smal om in te stappen. Mijn linkerkant slingert en blijft achter de deur haken. De passagiers achter me worden ongeduldig en ik zie dat ook bij de chauffeur de irritatie toe neemt. Ik vraag me af heeft hij een ochtendhumeur, of zijn het de vaststaande rijtijden die nu in het gedrang komen? Ik constateer dat het er niet veel beter op wordt als ik de strippenkaart uitklap en voor hem neerleg gevolgd door het vriendelijke verzoek daar drie strippen vanaf te stempelen. "Ja, meneer, natuurlijk weet ik dat er speciale stempelautomaten in de bus zijn geplaatst, ik ben niet ………….!!!!!”
Dat ik maar één goed functionerend oog heb, maakt dat ik geen diepte kan zien Het is voor mij dan ook lastig om de weer dichtgeklapte strippenkaart op de juiste strip recht in de gleuf te steken. In de tussentijd word ik gepasseerd door met een OV-jaarkaart wapperende student die vlak voor een tentamen nog net de laatste informatie wil binnenhalen uit zijn collegeaantekeningen..
Ik concentreer me weer op de chauffeur . Om niet altijd geconfronteerd te worden met dit ochtendfenomeen, voelde ik mij gedwongen om een strategie te bedenken. "Ach heerlijke hersenen” denk ik, "een deeltje doet het niet meer, maar denken kun je wel!. Neem rust en bedenk iets”. Ik ben een persoon van vlees en bloed en leef met de gedachte: wie goed doet, ontmoet goed. Ik vraag dus vriendelijk aan de chauffeur om de volgende keer niet alleen de ene helft van de deur te openen maar ook de andere, waardoor het wat makkelijker wordt voor mij om in te stappen.
Zijn antwoord luidt:”stap maar achter in daar is ruimte zat” Toch een ochtendhumeur dus!
"Dank u wel, fijne dag gewenst” roep ik hem nog na. Echter al wringend en overmatig steunend aan alles wat ik aan kan raken strompel ik de bus in, hopelijk de man achterlatend met een vervelend gevoel. Maar goed, dat is zijn probleem en niet het mijne. Ik hoop van harte dat hij op z’n minst nadenkt over klantvriendelijkheid en service.
Echter het voordeel van deze misschien wat lomp ogende actie volgt al heel snelAlle plaatsen zijn bezet. Een studente staat echter voor me op. Tja, zij heeft het wel gezien. Ik denk nog "het heeft ook echt z’n voordelen”,ik ga zitten,kijk wat om me heen totdat ik links van me een sticker zie "zitplaats voor invalide”. Die plek was dus al voor mij bestemd. Dit voelt wat dubbel, zoiets van: dit wil ik wel, dit wil ik niet. Ik laat het erbij.
Bij het wegrijden van de bus ontdek ik dat ik ook op het perron – in alle rust - de strippen kan afstempelen in de automaat. Shit dat ik dat niet eerder heb ontdekt! Weer wat geleerd.
Ik hoop de chauffeur ook, denk ik er meteen achteraan.
De juffrouw van de C1000
De juffrouw van de C1000 in het dorp waar ik woon heeft erg veel geduld met me. Ze neemt de tijd voor me en laat me vooral doen wat ik zelf kan. Ik wil namelijk dat ze me eerst de munten terug geeft en dan pas de biljetten. Zo kan ik met één hand alles weer terug doen in m’n portemonnee. Het blijft een kwestie van oefenen, maar het lukt me. Daarnaast heb ik gemerkt dat het hebben van de juiste portemonnee een vereiste is. Klittenband is een ramp. Ik heb nu een stevige leren portemonnee en beslist één waarbij het geld er niet uitvliegt (letterlijk gesproken dan).
Kleding kopen
De verkoper van de plaatselijke schoenenwinkel is er inmiddels aan gewend geraakt dat er ook personen zijn die hun schoenen alleen maar eenhandig kunnen strikken . Nadat hem is uitgelegd hoe de veters geregen moeten worden en die uitleg kost enige tijd blijft hij vriendelijk en geduldig en zegt nadat ik toch nog met moeite de linkerschoen aan heb: "Loopt u maar eerst een stukje om te kijken hoe het loopt”. Ach met alleen een linkerschoen aan en een rechtersok gaat het niet onaardig. Alleen jammer dat er midden in de zaak een verhoging met trapjes zonder leuning is!
”Ook het passen van nieuwe kleding duurt even maar ook bij deze winkel word ik als klant behandeld. Niet als een gehandicapte klant, maar wel als iemand die al een tijdje voor de etalage heeft gestaan en er waarschijnlijk wat langer dan gemiddeld over doet om te beslissen wat die wil hebben. Het moet niet alleen goed passen(maatje xxl)maar ook makkelijk aan te trekken zijn met één hand en natuurlijk ook nog een beetje modieus. Als ik naar binnen ga kan ik meteen naar die ene broek of dat ene T-shirt lopen. Ik ervaar dat ik dan meteen word geholpen. Begin ik pas binnen met mijn denkwerk, dan gaat de hulp dikwijls snel naar een ander. Ik heb de tijd nodig, de ander moet het nemen.
Met al deze voorbeelden wil ik aangeven, dat wij (en dan bedoel ik degenen die zich hierdoor aangesproken voelen omdat ze vinden in een zelfde situatie te verkeren) constant in twee werelden leven. Onze wereld met onze mogelijkheden en de andere wereld met de andere mogelijkheden. Alle mensen die in deze beide werelden leven hebben de "menselijke” gewoonten om naar elkaar te kijken, elkaar te bekritiseren te oordelen en daarnaar te handelen. Ik merk dat mijn handelen steeds meer is gebaseerd op de wijze waarop men met mij om wil gaan. Een in zekere zin noodzakelijk gegeven.
Wat doe jij voor de kost?
Mijn werk heeft altijd een heel bijzondere plaats ingenomen in mijn leven. Al snel moest ik tot de conclusie komen dat werk, in de vorm waarin ik dit altijd heb gedaan, niet meer tot de mogelijkheden behoorde. Dit ondanks de goede wil van mijn werkgever en de noodzakelijke aanpassingen. Een confronterend gegeven, jammer, maar het zij zo! Het vervelende bijkomende effect is dat ik vanaf dat moment ging behoren tot die groep mensen die geen betaalde arbeid meer verricht. Het is nog steeds zo, dat betaalde arbeid (doelend op een stevig arbeidscontract en een lekkere vakantiebonus), een bepaalde status geeft in ons land. Je kunt op de buurtbarbecue dan zeggen dat je een bepaalde functie hebt, in salarisschaal zoveel zit enz. "En terecht, want ik werk gemiddeld toch zeker 60 uur per week voor de baas” wordt er dan niet zelden aan toegevoegd.Mijn verjaardagsfeestpraatje ziet er tegenwoordig anders uit.”Ik ben 80 tot 100% arbeidsongeschikt en heb een uitkering via het UWV, werk 10 uur per week als vrijwilliger met jong volwassen verstandelijk gehandicapten.. En da’s leuk!!!!!!!!!!!! Een andere binnenkomer is mijn ervaring en iets wat naast bewondering ook vaak tot een shockerend effect leidt. En dat laatste doet mij weer deugd.
Mooi, knap, bewonderenswaardig
Ik heb wel geleerd anders tegen dingen aan te kijken. Ik blijf gevoelig voor op- en aanmerkingen en de taal blijft voor mij een probleem. Daarnaast merk ik op dat ik ook op een andere manier met taal om ga. Analyseren ervan kost me moeite en wellicht daarom ben ik erg gebaat bij duidelijkheid en ondubbelzinnigheid. Zo heb ik met heel veel plezier gekeken naar de Miss-verkiezing 2006 op televisie (de verkiezing van de mooiste en intelligentste vrouw met een handicap) gepresenteerd door Lucille Werner, die zelf overigens ook een functiebeperking heeft. Ik heb me echter uitermate geërgerd aan de taal van de presentatoren. Alle deelnemers waren mijns inziens beeldschoon. Zo moeilijk is dat niet, want schoonheid lijkt me toch wel een eerste vereiste voor deelname aan zo’n evenement. Overigens is schoonheid weer een rekbaar begrip. Ik zag geen zwarte gezette gehandicapte vrouw in een rolstoel meedoen.
Nee, het bleek vooral zielig te zijn toen een deelnemer af moest vallen van de juryleden (waarvan er overigens een in een rolstoel zat ). De feedback was, dat het toch knap was dat zij zover was gekomen en dat we nog veel zouden horen en zien van haar. Ik walg van dit soort uitspraken, omdat dit volgens mij ook sterk stigmatiserend werkt en meer zegt over het onvermogen van de persoon om de juiste woorden te kiezen. Zeg toch gewoon waar het op slaat. Laat ik duidelijk zijn. Alle deelnemers waren mooi en ze hebben er uiteindelijk zelf voor gekozen om mee te doen, maar voor mij was het al snel duidelijk dat Roos zou winnen. Steeds vanuit een liggende positie gaan staan en een stukje lopen, straalt kracht uit en dat willen mensen zien. Geen zieligheid maar kracht. Laat ik eerlijk zijn, is dat niet pas echt mooi.
Overigens elk mens is verschillend dus elke handicap is ook verschillend en is niet met elkaar te vergelijken.
Zo vind ik het van mijzelf niet knap of goed waar ik mee bezig ben, maar het is voor mij niet meer dan normaal de wijze waarop ik nu bezig ben mijn leven weer in te richten. Voor een kind dat leert lezen en rekenen heb ik net zo veel bewondering, zeker als dat leren gepaard gaat met bijvoorbeeld dyslexie. Veel bewondering heb ik in dergelijke situaties voor het doorzettingsvermogen, waardoor ook deze kinderen hun doel bereiken en soms zelfs een universitaire opleiding met succes afronden.
We verschillen van elkaar, nou en!
Soms lukt dit, maar helaas wordt met dit soort zaken in het onderwijs nog te weinig rekening gehouden. Nog steeds leiden aanmeldingen van leerlingen met beperkingen tot heftige discussies in de lerarenkamer. Ondanks het vele geld dat gemoeid is met het beleid rondom "weer samen naar school”, zie ik nog te weinig goede resultaten. Het zou toch zo moeten zijn, dat het onderwijs leerlingen/studenten met specifieke behoeften/beperkingen zouden moeten toelaten. Dit lijkt mij vooralsnog een verplichting. Jammer dat sommige leerlingen de kans nog te dikwijls wordt ontnomen om in aanraking te komen met de andere wereld waar en waarin ook zij kunnen leren. Het blijft triest dat er een grote groep leerlingen in het speciaal onderwijs uren in busjes moet zitten om uiteindelijk op hun school te komen. Het is evenzo triest als een blind of doof jong talent niet kan gaan studeren omdat er geen faciliteiten door universiteit/hogeschool worden aangeboden in de plaats waar men wil studeren. Deze talenten kunnen dikwijls enkel terecht bij een LOI of een Open Universiteit.Wat dat betreft zou men een voorbeeld aan de sport moeten nemen. Elke sport gaat uit van een individuele prestatie (individueel of in teamverband). Enkel de prestatie zorgt ervoor dat je zelfbeeld (waarvan ik dacht dat ik ‘m kwijt was), weer steviger opgebouwd wordt. Mijn ervaring is, dat het je gevoel van relativeringsvermogen vergroot, het komt ten goede aan je doorzettingsvermogen, vooral in die situaties waarin het leek dat ze uitzichtloos waren.
Door mijn sport, welke ik op een acceptabel niveau bedrijf (Nederlandse subtop kogelstoten/discuswerpen klasse F37), ben ik minder bang, heb weer oog voor mijn vooruitgang en ben mentaal sterker geworden.
Participeren en integreren
Dus geen problemen meer met buschauffeurs en anderen waarbij ik voorheen dacht dat ik ze niet aankon. Geen angst bij het ruilen van een broek, of een gesprek met een UWV-arts. En om in sporttermen te blijven: er is een doel. Een weg daar naar toe en een uitkomst. Dus is er altijd een prestatie.
Ik heb weer een doel. (leven en van betekenis zijn voor een ander), ik heb de weg daar naartoe gevonden (sporten) en ik lever weer een prestatie (er zijn voor een ander)! En ik alleen ben degene die deze prestatie op z’n waarde kan schatten en deze prestatie kan van olympische omvang zijn.
Nederland kent op het gebied van de sport een goed beleid. De NEBAS (Nederlandse bond voor aangepaste sporten) heeft in de loop der jaren een stevige plek gevonden binnen de reguliere sportbonden. Hun motto is: Normaal wat normaal kan, speciaal wat speciaal moet.
Dat houdt dus in, dat ook de aangepaste sporter zich aan de reguliere spelregels moet houden Dat betekent dus ook een diskwalificatie na twee valse starts. Voor mij komt daar nog een aspect bij. Als sporter met beperkingen doe ik het liefst mee met wedstrijden van de andere wereld, ofte wel de reguliere wedstrijden. Dat vind ik pas de juiste vorm: eerst participatie dan integratie. Eerst weer wennen aan elkaar en dan gewoon weer met elkaar
Wat wil ik van jou en wat mag je van mij verwachten?
De discussie tussen wat normaal is en wat abnormaal is wordt mijns inziens meer gevoerd door de buitenstaander van de andere wereld dan door de persoon zelf. De persoon in kwestie zelf weet niet beter dan dat hij normaal is, de anderen zijn anders . De tijd van normaal of niet-normaal is voorbij, dat was toen. Nu is het tijd voor iets anders, dus:
Roddel met mij, want ik klets ook over jou
Discussieer met mij, want ook ik heb een mening
Werk met mij, want achter de geraniums zitten gaat vervelen
Sport met mij, want ik wil van je winnen
Flirt met mij, waarom? nou daarom
Dans met mij, want ik kan feestvieren en nog steeds maat houden, maar vooral
Lach met mij, want ook ik kan gore bakken vertellenLeef met mij, want samen kunnen we er wat van maken, en blijft het leven aantrekkelijk!
Aldo Klein
Seminarium voor Orthopedagogiek
Ondersteuner Collectief Inclusief




